Hoofdstuk 7

‘Gaat het weer, mam?’ vroeg Johan toen hij haar ziekenhuiskamer binnenkwam. Ze stond naast haar bed, al helemaal aangekleed en pakte net wat spullen bijeen.
‘Dat kan ik misschien beter aan jou vragen, wat zie je eruit?! Helemaal doorweekt!’
Johan veegde met zijn mouw wat druppels uit z’n ogen, maar veel hielp het niet. ‘Zullen we zo gaan mam? Als je alles hebt tenminste.’

Eenmaal thuis gekomen kleedde Johan zich eerst om. Het was nog vroeg in de middag en hij had helemaal geen plannen. Maandag had hij pas zijn volgende en laatste tentamen: een tekst voor Duits. Daar viel niets aan voor te bereiden. Pas volgende week weer eens rijles, hij keek er nu al tegenop. Waarschijnlijk heb ik over vier jaar nog steeds geen rijbewijs, dacht Johan bij zichzelf. Hij pakte uit verveling Breakfast at Tiffany’s erbij en begon te lezen. Hij kon zich niet concentreren en sloeg de bladzijde om zonder dat hij wist wat hij gelezen had. Uit frustratie legde hij het boek weg en ging op bed liggen. Hij tuurde naar de posters aan de muur, luisterend naar de muziek die uit zijn cd-speler kwam. Er nestelde een gedachte in zijn hoofd die maar niet weg wilde gaan: ‘Sta op, doe iets! Ga niet liggen niksen, daar schiet je niets mee op. Je weet toch wat je eigenlijk wil! Bel haar, ga er langs, maar in vredesnaam DOE IETS!’

‘Is Anna thuis?’ vroeg Johan weifelend.
‘Ja, ik geloof van wel. Kom maar even binnen.’ Johan stapte voorzichtig de hal in en zag Anna’s vader naar de trap lopen.
‘Anna! Er is een jongen voor je!’ riep hij naar boven. ‘Ga maar vast, ze zit op zolder,’ zei hij weer tegen Johan. Hij verdween de hal uit, de woonkamer in. Johan liep de trap op. Het was allemaal maar smal en de treden kraakten onder zijn voeten. Aan de muren hingen oude zwart-wit foto’s en het rook een beetje vreemd hier binnen, alsof gisteravond bloemkool was gekookt en de geur maar niet kon ontsnappen. De hal van de eerste verdieping was een verzameling van bonte kleuren die vlekkerig in elkaar overliepen. De muren waren in een combinatie van rood en oranje geverfd met een vloerbedekking die te paars was om rustgevend te kunnen zijn. Het maakte de hal nog kleiner dan die in werkelijkheid was. Johan hoorde nu al luide muziek van Anna’s kamer komen. Ook de tweede trap kraakte een beetje en Johan voelde dat de armleuningen niet helemaal vastzaten. Eenmaal op zolder klopte hij op de deur waar grote stickers met ‘No Trespassing!’ en ‘Enter At Your Own Risk’ op zaten. Er kwam geen antwoord en dus opende Johan de deur een klein stukje. Hij zag door de kier Anna zitten achter een klein wit tafeltje dat vol lag met stapels boeken. De kamer was donker doordat de gordijnen al dicht waren. Aan het plafond hingen doeken waardoor de kleine kamer net een grot leek te zijn. Op de hoek van het tafeltje stond een klein radiootje heftig te spelen.
‘Anna?’
Anna gilde een korte schelle schreeuw van schrik en draaide zich vluchtig om. Toen ze zag wie het was, verscheen er een glimlach op haar mond. Ze zette de radio uit en keek hem aan, maar zei helemaal niets. Johan verbrak de pijnlijke stilte:
‘Lukt het voor morgen?’
‘Morgen?’ vroeg Anna. ‘Wat is er morgen dan?’
‘Je hebt toch natuurkunde,’ zei Johan verward.
‘Morgen is het zondag, suffie,’ antwoordde Anna met een lach.
Stom, denk nou toch eens na, dacht Johan bij zichzelf.
‘Moet je nog veel voorbereiden?’
‘Best wel, jij?’
‘Ik heb alleen Duits ‘s ochtends, dan ben ik klaar.’
Anna bladerde en tuurde in de boeken. Ten slotte sloeg ze ze allemaal dicht. ‘Genoeg voor vandaag, morgen ga ik wel weer verder,’ en ze lachte lief naar Johan die direct wegkeek en plotseling buitengewoon geïnteresseerd leek te zijn in de inhoud van haar kamer. Het was een kleine lage zolderkamer met slechts één raam. Anna’s bed paste net in de breedte, maar er was nagenoeg geen ruimte tussen het bed en het kleine witte tafeltje waaraan Anna zat te leren. Plotseling viel Johans oog op een oude foto aan de muur en bestudeerde deze aandachtig.
‘Ik was vier,’ zei Anna. ‘Mijn zusje was net geboren en ik ging met mijn ouders een dagje naar het strand. Het was ijskoud, dat weet ik nog. Mijn moeder gaf me haar sjaal en wikkelde mij er helemaal in. Ze was altijd zo lief.’
Johan keek naar het jonge gezin op de foto en het was net alsof hij er bij was die dag. Hij voelde de koude zeewind en hoorde de meeuwen krijsen.
‘Drie weken later was ze dood,’ zei Anna. ‘Auto-ongeluk. Eén of andere halfdronken idioot reed door rood en zag haar niet oversteken. Nog voor de ambulance er was, was ze al overleden.’
Johan had geen idee wat hij moest zeggen.
‘Ik mis haar wel, maar het gekke is dat ik haar steeds minder goed kan herinneren. Haar gezicht, hoe ze praatte. Dat soort dingen.’
Ineens merkte Johan dat Anna vlak naast hem stond met haar arm om zijn middel heen terwijl ze haar hoofd tegen zijn schouder legde. ‘Sorry dat ik gister zo snel wegliep in het ziekenhuis.’ Ze moest lachen. ‘Het lijkt wel alsof ik alleen maar sorry tegen je zeg.’
‘Ja,’ zei Johan, ‘daar heb ik normaal een hekel aan. Ik bedoel, iemand doet toch iets bewust. Maakt bewust een keuze. Ik geloof niet dat iemand oprecht iemand anders pijn wil doen. Waarom dan toch zoveel spijt en ellende?’
Stilte.
‘Blijf je eten?’
Johan moest even nadenken. ‘Nee ik kan niet. Ik moet naar huis, naar m’n moeder.’ Daarna voegde hij er ‘sorry’ aan toe. Anna en Johan lachten samen hardop.

‘Je hoeft niet af te wassen, het beste is om nu direct naar bed te gaan en er morgen pas uitkomen nadat je belachelijk lang hebt uitgeslapen,’ vertelde Johan tegen z’n moeder. Ze zaten met z’n tweetjes aan tafel en hadden net het toetje opgegeten.
‘Het lijkt wel omgekeerde wereld,’ zei zijn moeder. ‘Jij bent mijn kind, ik niet het jouwe!’ Maar ze waardeerde het lieve gebaar en gehoorzaamde omdat ze anders het moment zou verpesten. Johan was blij dat ze luisterde en dat hij eindelijk iets terug voor haar kon doen.
Toen hij alle vaat had gedaan was het al bijna acht uur. Wat kun je doen op een zaterdagavond? Naar Thijs of Dennis gaan? Om de één of andere reden had Johan daar geen zin in. Het voelde alsof ze uit elkaar aan het groeien waren. Hun leefwerelden waren ook heel anders. Zij waren al bezig met hun vervolgopleidingen, terwijl hij nog met zijn middelbare schoolexamens zat aan te klooien. Wat als hij het nu weer niet had gehaald dit jaar? Hij wist het eerlijk gezegd niet. Wat waren de mogelijkheden? Certificaten halen of toch een MAVO diploma? En daarna? Naar het MBO? Maar welke studie dan?
‘En stel dat het dit jaar wel gelukt is, wat wil ik dan gaan doen?’ dacht Johan bij zichzelf. ‘Daar heb ik eigenlijk nog helemaal niet over nagedacht...’
Johan besloot om er nu niet langer over te piekeren, want hij kon het probleem nu niet direct oplossen. Na zijn Duits examen van maandag zou hij de schooldecaan opzoeken en proberen wat informatie in te winnen.
Johan ging languit op de bank liggen en zette de tv aan. Er was een spannende thriller net begonnen en Johan besloot om vanavond verder niets bijzonders te gaan doen.

Op maandagochtend om half negen kreeg Johan toestemming om zijn examen Duits te openen. Even dacht hij terug aan hoe langzaam sommige dagen gaan en hoe snel andere. De zondag was een vreselijk langzame dag geweest. Al om negen uur werd hij wakker, maar de hele dag had hij gelanterfanterd tot ‘s avondslaat. Het was druilerig weer geweest en hij had niet weer langs Anna durven te gaan zodat zij zich goed kon voorbereiden op haar tentamen natuurkunde voor in de middag. Hij had een beetje het appartement schoongemaakt en opgeruimd. De uren leken voorbij te kruipen. Maar nu was het ineens maandagochtend en was hij bezig met zijn allerlaatste eindexamen. De teksten waren niet heel lastig te begrijpen. Eentje ging over een Duitse immigrant die sprak over verschillende vormen van discriminatie waarmee hij te maken had. Een andere tekst was een recensie over de Duitse film Lola Rennt die eerder dat jaar was uitgekomen. Johan kende de film niet, maar was na het lezen erover wel nieuwsgierig geworden. Voor hij het wist, was hij klaar met het examen en had hij alles ingeleverd. Met een bevrijd gevoel liep hij naar buiten. Over twee weken zouden ze pas bericht krijgen over de resultaten. Iedereen zou op maandag 1 juni tussen 12 en één uur gebeld worden door Ten Berg, de coördinator. Bijna een jaar geleden werd Johan ook gebeld en had hij heel vrolijk opgenomen, in de verwachting te horen dat hij zijn diploma kon komen ophalen. Het was allemaal anders gelopen. Het jaar was snel gegaan. Hopelijk had Ten Berg dit jaar beter nieuws. Nog twee weekjes wachten.

‘Binnen.’
De deur kraakte verschrikkelijk. Johan stak zijn hoofd door de deuropening en keek bij het kleine kantoortje naar binnen.
‘Meneer Buitendam? Heeft u eventjes?’
‘Ah, Jeroen, kom verder!’
‘Ehm, Johan, meneer,’ en hij ging zitten op een houten stoel tegenover het grote bureau van meneer Buitendam. De schooldecaan was een man van bijna zestig, helemaal kaal en met een grote snor zoals een circusdirecteur. Naast zijn functie als decaan werkte hij als leerkracht aardrijkskunde en hij had de illusie dat hij populair werd gevonden door de leerlingen. Hij was een enorm warrige man, die behalve vergeetachtigheid ook een ordeprobleem had. Hij noemde Johan al drie jaar lang Jeroen.
‘Zeg het eens,’ zei de grote snor.
‘Nou, ik vroeg me af of u me verder kunt helpen met mijn vervolgstudie. Ziet u, ik weet eigenlijk helemaal niet wat ik volgend jaar wil doen.’
‘Eens kijken... Je doet nu HAVO, toch? Je kunt altijd doorstromen naar het VWO. Of natuurlijk een HBO gaan doen. Welke vakken heb je in je pakket zitten?’
Johan gaf antwoord op alle vragen die Buitendam had en stond tien minuten later weer buiten het kleine kantoortje met de belofte dat de decaan hem een informatiepakket zou opsturen met daarin alle mogelijke HBO studies. Met een goed gevoel liep Johan door de school naar de uitgang. Op naar zijn fiets en dan naar huis, genieten van alle vrijheid van de komende twee weken. Terwijl hij de buitendeuren opensloeg, knalde hij tegen Anna op die net onderweg naar de examenzaal was.
‘Hee, hoe ging ‘ie?’
‘Goed. Was makkelijk,’ zei Johan.
‘Hopelijk is natuurkunde dat ook,’ zei Anna en ze bleef nog even stil staan.
‘Ja,’ zei Johan. ‘Ehm... Nou, dan ga ik maar naar huis toe.’
‘Oh. Okee...’ antwoordde Anna en liep langzaam verder. Toen ze tien passen uit elkaar waren riep ze hem achterna: ‘Johan! Woensdagavond is er een examenfeestje bij Irene thuis, om te vieren dat het allemaal klaar is. Kom je ook?’
‘Kweet nog niet,’ riep Johan terug.
‘Om acht uur bij mij, dan gaan we samen.’ Anna blies hem een kus toe en verdween de school in. Johan liep naar zijn fiets en vermoedde dat de komende twee dagen - net als afgelopen zondag - extreem langzaam zouden verlopen in afwachting van het feestje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten