Donderdagochtend. Johan fietste naar school. Om half negen had hij wiskunde en om één uur ’s middags pas scheikunde. Hij hoopte tussen beide examens nog wat tijd te hebben om scheikunde over te kijken, dat was er gisteravond een beetje bij in geschoten.
Net na achten zette Johan zijn fiets voorin de stalling. Helemaal achterin zag hij Anna hetzelfde doen. Ze was samen met een klasgenootje aan het kletsen. Blijkbaar waren ze samen naar school gefietst. Irene heette ze en ze was, voor zover Johan wist, Anna’s beste vriendin. Tenminste, op school zag je ze meestal bij elkaar.
‘Hee,’ riep hij in hun richting. ‘Hoe is het?’
Anna keek hem aan en knikte even met haar hoofd maar keerde direct daarna weer terug naar het gesprek met Irene. Zij, op haar beurt, keek langs Anna naar Johan met een blik die Johan niet begreep. Ze smoesden wat. De twee meiden begonnen te lachen.
Wat zullen we nou krijgen, dacht Johan bij zichzelf. Dan niet joh! En hij draaide zich om en liep de school binnen. Achter hem hoorde hij Anna en Irene nog altijd lachen.
Op weg naar zijn kluisje zag hij haar. Ze stond in de gang vlak voor de docentenkamer te kletsen met een collega. Ze had een lichtblauw jurkje aan en haar zwarte haar hing los over haar schouders.
‘Johan, heb je even?’ vroeg Tessa Kopij toen ze hem vanuit haar ooghoeken zag passeren. Ze zei haar collega gedag en hij verdween de docentenkamer in.
‘Hmm,’ probeerde Johan nonchalant te reageren. Het lukte maar half. ‘Tuurlijk mevrouw, wat is er?’
‘Johan kom, we kennen elkaar nu bijna een jaar. Ik ben niet veel ouder dan jij, je hoeft me echt geen mevrouw te noemen. Gewoon Tessa is prima.’
Johans hartslag ging omhoog, ze liep langzaam naar hem toe.
‘Wat is er?’ vroeg hij nogmaals. Dit keer sloeg halverwege de zin zijn stem over.
Plotseling was ze heel serieus en ze praatte snel en zacht. ‘Ik mag het hier eigenlijk niet over hebben, maar ik heb gister vluchtig de examens doorgekeken. Jouw samenvatting viel op, maar niet in positieve zin ben ik bang.’ Ze bleef stil. Toen ze merkte dat Johan niets terug ging zeggen, ging ze verder. ‘Ik begreep dat je vorig jaar nog zo hoog scoorde op samenvatten. Dit keer was het niet een heel moeilijke tekst, maar er zitten slordige fouten in je werk.’ Ze keek hem nu strak aan. De felle lichtblauwe ogen fonkelden vanachter haar kleine bril. ‘Kom mee,’ zei ze snel en liep een gang in. Johan volgde haar. Hij was bloednerveus. Plotseling opende ze een deur en ze glipte naar binnen, Johan erachter aan. Het was een leeg klaslokaal.
‘Is er iets aan de hand, Johan?’ vroeg Tessa nadat ze de deur achter hun beiden had dichtgetrokken.
Johan staarde naar de klok boven het bord maar registreerde de tijd niet. Alle gedachten schoten als een razende door zijn hoofd. Hij dacht aan zijn ouders, hij dacht aan het gelach van Anna en Irene, hij dacht aan zijn examens. Tessa keek ook op de klok en zag dat het tien voor half negen was. ‘Je hebt zo examen, je kunt beter gaan. Sorry dat ik je hiermee overval. Vind je het fijn om er een keer over te praten als we wat meer tijd hebben?’
‘Ehm, ja, waarom niet,’ zei Johan nauwelijks verstaanbaar.
‘Morgenmiddag? Twaalf uur?’
‘Is goed,’ zei hij nu iets dapperder.
‘Okee, afgesproken. Welk vak heb je nu zo?’
‘Wiskunde.’
‘Oh, daar was ik altijd zo slecht in op school.’ En ze lachte met heel haar gezicht.
‘Ik ook,’ zei hij en voelde zijn wangen warm worden. Zijn hand ging al richting de deur toen Tessa hem nog toesprak. ‘Johan,’ zei ze. ‘Succes…’
Met weinig vertrouwen leverde Johan zijn wiskunde-examen in bij de inlevertafel. Het was heel moeilijk gegaan en hij had niet eens overal iets kunnen invullen. Shit, zei hij bij zichzelf, toen hij buiten een plekje had gevonden om even uit te rusten. Eerst te horen krijgen dat je Nederlands verprutst hebt, en nu een rampzalig examen wiskunde maken. Maar veel tijd om er over in te zitten had hij niet want over iets meer dan een uur begon scheikunde al. Hij pakte zijn boeken erbij, maar tuurde erin zonder echt te lezen.
‘Hulp nodig?’
Johan keek omhoog, tegen de zon in en zag met fijngeknepen ogen Anna staan. ‘Van jou zeker.’ Zei hij net iets bozer dan hij bedoeld had.
‘Wat is jouw probleem?’ vroeg ze verontwaardigd.
‘Míjn probleem? Wat is jouw probleem kan ik beter vragen! Vanochtend bij de stalling deed je net of ik niet bestond en lachte je me uit en nu ben je zeker ineens weer poeslief?’
‘Vanochtend bij de stalling,’ begon Anna, ‘was ik met Irene. Wat moest ik dan? Zij heeft het niet zo op jou. Zegt dat je altijd zo in jezelf gekeerd bent. Wat zal ze wel niet denken als ik vertel dat wij dinsdag hebben rondgehangen samen?’ Zodra ze het zei wist ze al dat het verkeerd was.
‘Oh ja, lekker dan!’ schreeuwde Johan. ‘Weet je, dit is precies de reden dat ik zo weinig met klasgenoten om ga. Omdat jullie allemaal nog van die vreselijke kinderachtige kleuters zijn! Ik moet je hulp niet, laat me met rust. Flikker toch lekker op naar Irene!’
Johan stond op en liep snel weer terug de school in, zijn blik op onweer. Hij ging de mediatheek binnen en zocht een plekje helemaal achterin. Als hij uit het raam naar buiten had gekeken, had hij kunnen zien dat Anna op het gras was gaan zitten. Verstijfd. Geschokt. Maar Johan keek niet naar buiten, hij pakte zijn scheikundeboeken en begon driftig te bladeren.
‘Waarom werkt de hele ganse wereld mij vandaag tegen?’ zei hij uit frustratie luider dan bedoeld.
‘Ssshh!’ klonk het vanachter de balie.
Om vijf voor één stapte Johan de examenzaal weer in. Hij had niet veel kunnen voorbereiden in de tussentijd. Zijn ogen zochten de rijen af naar Anna. Ze zat met de rug omgedraaid zodat ze kon praten met Irene die achter haar zat. Johan liep snel richting zijn plek, ogen gefixeerd op Anna’s rug. Pas toen hij zat, dwaalden zijn ogen weer af en zag hij dat Tessa weer achter de inlevertafel zat. Ze keek hem recht aan. Hij keek snel naar zijn tafeltje en wachtte op de scheikundeopgaven. Waar bleef dat examen toch?
‘Hoe ging het vandaag?’ vroeg zijn moeder toen ze thuiskwam van haar werk.
‘Hmm, ging wel,’ riep Johan vanaf het balkon. Z’n moeder kwam erbij staan. ‘Ja? Dat zou mooi zijn want dit waren je moeilijkste vakken toch?’ vroeg ze.
Johan mompelde iets wat zowel op ‘ja’ als ‘nee’ leek.
‘Ik ga eten maken,’ zei ze en liep weer naar binnen. Johan lag onderuit gezakt in een stoel met zijn voeten op de railing. Hij las Breakfast at Tiffany’s van Truman Capote in het Engels om alvast in de stemming te komen voor het examen van morgen. Het ging moeizaam want hij kende heel veel woorden niet. In het begin las Johan daar overheen maar ondertussen lag er ook een woordenboek naast hem. Vaak dwaalden zijn gedachten af naar de gebeurtenissen van de afgelopen dag. Wat moest hij nu met Anna? Dinsdag was geweldig geweest maar nu was het allemaal anders. En dan Tessa Kopij die hem vertelde dat hij zijn Nederlands niet goed gemaakt heeft. Morgenmiddag wilde ze hem weer spreken. Hij keek er tegen op. Wiskunde was slecht gegaan en scheikunde al helemaal. En morgen Engels. Hij las de bladzijde voor de derde keer zonder de tekst door te laten dringen. Wat als ik nu weer zak voor mijn examens? dacht hij bij zichzelf. Hij sloot het boek en keek naar de lucht. Donkere wolken schoven snel voor de zon. Mensen op straat zochten beschutting voor de regen die ineens met bakken uit de hemel viel. Johan haastte zich naar binnen en trok de balkondeur dicht. Hij tuurde eventjes naar buiten. Waar bleef die zomer? Zijn adem deed het raam van de balkondeur beslaan en hij tekende er poppetjes in.
‘We kunnen zo eten hoor!’ klonk het vanuit de keuken.
‘Ja, is goed, ik kom eraan,’ riep Johan terug. Met één veeg van zijn mouw maakte hij het raam weer schoon en hij liep naar de keuken toe.
De wekker stond op tien uur. Om twaalf uur moest hij bij Tessa Kopij zijn en pas om één uur had hij Engels. Maar om half tien al werd Johan gewekt door de deurbel uit zijn droom. Hij was net in zijn ruimtevliegtuig gestapt om de achtervolging in te zetten op zijn aartsvijand Krogo van de planeet Leiga 2.0 toen alle lampjes op zijn dashboard irritant gingen knipperen en piepen. Het gepiep veranderde langzaam in het geluid van de deurbel en Johan opende half zijn ogen. Welke idioot belt er nu al aan?
‘Hallo?’ Zijn stem klonk krakerig door de intercom.
‘Johan? Wil je alsjeblieft de deur open doen?’
Het was Anna. Uitgerekend Anna. Zonder iets te zeggen drukte hij op de knop waarmee de benedendeur openging. Hij zette de voordeur van hun appartement op een kier en liep slaapdronken naar de keuken. Op tafel lag het gebruikelijke briefje van zijn moeder die al om acht uur naar haar werk was vertrokken. Succes vandaag met Engels en straks heb je lekker weekend. Liefs, mama. Hij pakte een pak sinaasappelsap uit de koelkast en zette die aan zijn mond.
‘Wat moet je?’ vroeg hij nors toen Anna in de deurpost van de keuken verscheen. Haar rode haar was korter geknipt en zat in twee paardenstaartjes. Ze droeg een truitje dat haar navel net niet bedekte en een felgekleurd rokje dat ruim boven haar knieën ophield. Toen pas viel het Johan op dat de zon volop naar binnenscheen door het keukenraam en dat het de eerste echte zomerse dag van het jaar beloofde te worden. Anna keek naar Johan. Daar stond hij dan, in zijn boxershort, met een pak sinaasappelsap in de hand.
‘Kom je net uit bed?’ vroeg ze overbodig.
‘Wat moet je, Anna? Kom je me weer uitlachen?’
Stilte.
‘Ik kom zeggen dat het me spijt van gister,’ zei ze zacht maar vastbesloten terwijl ze recht in zijn ogen keek.
‘Hmm.’ Johan nam nog een slok. ‘Staat Irene beneden op je te wachten?’
‘Okee, die verdiende ik.’ Ze slikte even. ‘Nee, ik ben hier alleen.’
Stilte.
‘Ik ga douchen,’ zei Johan kortaf en hij liep langs haar de keuken uit en de badkamer in. Hij draaide de deur op slot. Hij luisterde of hij de voordeur hoorde dichtgaan. Niets, alleen stilte. Hij stapte onder de douche en draaide de kraan helemaal open.
Een klein kwartier later kwam Johan met een handdoek om de badkamer uit. Anna zat op de bank en deed net of ze aan het lezen was in Breakfast at Tiffany’s.
‘Ben je er nog?’ vroeg hij sarcastisch. Ze keek op maar zei niets. Ze keken elkaar aan. Johan keek het eerst weg.
‘Drinken?’
‘Heb je nog wat jus d’orange?’
Hij kon een kleine glimlach niet onderdrukken. ‘Ik zal eens kijken voor je.’ En hij verdween de keuken in. Ze volgde hem.
‘Het spijt me, Johan.’
Hij keek op vanachter de koelkastdeur. ‘Ik ben bang dat ik het laatste restje heb opgedronken,’ zei hij.
‘Geeft niet, ik moet gaan.’ Ze liep snel naar hem toe en gaf hem een kus op zijn wang. ‘Het spijt me…’
Nog voordat Johan besefte wat er gebeurde, was ze de keuken alweer uit en hoorde hij de voordeur dichtgetrokken worden. Johan stond roerloos in de keuken. Hij keek naar buiten. De zon scheen fel en hij kreeg het warm. Plotseling hoorde hij zijn wekker aanspringen in zijn slaapkamer. Tien uur. Droomde hij nog of was de dag al begonnen? ‘Het spijt me,’ klonk het zachtjes in zijn hoofd. ‘Het spijt me…’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten