Op de fiets naar school dacht Johan terug aan de hectische ochtend tot nu toe. Hij had geen tijd gehad om te douchen, maar hij ontkwam niet aan een ontbijt.
‘Zonder ontbijt laat ik je niet gaan,’ had zijn moeder gezegd. ‘Dan kun je net zo goed dat examen niet maken, want zonder ontbijt kun je niet goed nadenken.’
Ze hadden allebei met geen woord over gisteravond gesproken, alsof ze wisten hoe ze er elk over dachten. Hij kon zien dat ze niet had geslapen die nacht. In alle haast propte Johan drie boterhammen in zijn mond en spoelde het weg met hete thee. Op de fiets had hij daar spijt van, zijn tong brandde in zijn mond. ‘Zet het van je af,’ zei hij tegen zichzelf terwijl hij tegen de wind en regen in trapte. Had hij maar een auto dan zou hij nooit meer hoeven te fietsen.
Eén minuut voor tijd kwam Johan doorweekt de examenzaal binnenstormen. Toch nog een douche, dacht hij. Iedereen zat al op de aangewezen plaatsen en keek met lichte verbazing naar het natgeregende gezicht van Johan. Zonder een woord te zeggen zocht hij zijn plek op, bijna achteraan in de zaal en ging zitten. Hij keek of hij tussen Dennis en Thijs zat, maar besefte toen dat zij al een jaar van school af waren. ‘Zet het van je af,’ mompelde hij nogmaals tegen zichzelf.
Johan keek naar voren, langs zijn rij, totdat zijn ogen bij de inlevertafel helemaal vooraan kwamen. Daarachter zaten vier leerkrachten. Twee kende hij niet, de andere twee maar al te goed. Helemaal links zat Van Wegen, kijkend op de klok. Zes jaar lang is hij Johans geschiedenisleraar geweest. Nooit hebben ze goed met elkaar op kunnen schieten. Hij is de afgelopen jaren echt dik en kaal geworden, dacht Johan bij zichzelf. Naast Van Wegen zat Tessa Kopij, mooier dan ooit. Ze bladerde nonchalant door een opgavenboekje heen. Haar felblauwe ogen keken door een kleine modieuze bril. Haar gitzwarte haar had ze opgestoken. Plotseling zag Johan vanuit zijn ooghoeken dat iedereen om hem heen was gaan schrijven. Het examen was begonnen. Johan opende het opgavenboekje voor zich en zocht zonder te kijken naar een pen in zijn etui.
‘Nog vijf minuten,’ hoorde Johan Van Wegen zeggen terwijl hij zijn opgavenboekje en antwoordvel inleverde bij één van de onbekende leraren. Hij keek vluchtig naar mevrouw Kopij en was verbaasd om te zien dat ze terugkeek.
‘Hoe ging het Johan?’ vroeg ze zonder geluid te maken.
‘Het ging,’ fluisterde hij terug.
‘Succes morgen met Nederlands,’ zei ze zachtjes en glimlachte zoals alleen zij dat kon.
‘Dank u,’ zei hij net iets te hard en liep snel de zaal uit. Als hij ergens een hekel aan had dan waren het wel de klasgenoten die na een examen in de gang bleven hangen om over hun antwoorden te praten. Wat gebeurd is, is gebeurd. Daar verander je niets meer aan, vond Johan. Hij miste nu zijn vriendengroep van vorig jaar. Daarmee ging hij na elk examen naar de snackbar om te vieren dat ze nooit meer dat vak zouden hebben. Alleen wist ik toen nog niet dat ik het jaar over zou doen, dacht Johan bij zichzelf. Een ironisch glimlachje verscheen op zijn lippen terwijl hij naar zijn fiets liep.
Om kwart over zes stond Johan in de keuken spaghetti af te gieten. Het was het enige wat hij geheel zelfstandig kon koken zonder de hele keuken af te branden. Mam zal verrast zijn, dacht hij bij zichzelf. Maar ze is wel laat, realiseerde hij zich ineens. Hij had de middag gebruikt om wiskunde proefopgaven te maken. Voor Nederlands kon hij toch niets voorbereiden, dat was een samenvatting schrijven. Om zijn moeder een beetje te ontlasten, besloot Johan te koken.
Om iets voor half zeven kwam ze thuis. Het eten stond al tien minuten op tafel. Johan liep naar de gang en zag aan het gezicht van zijn moeder dat ze gehuild moest hebben in de auto.
‘We kunnen gelijk eten mam, ik heb spaghetti gemaakt,’ zei hij zachtjes.
‘Oh heerlijk, wat lief van je,’ en ze lachte met glimmende ogen.
Aan tafel was het stil, totdat Johan ineens de stilte verbrak. ‘Ik wil ze niet zien. Pa niet, dat stomme wijf niet en ook dat kind niet.’
‘Johan,’ sprak zijn moeder rustig. ‘Ik vind het wel heel lief van je, maar het blijft wel je vader.’
‘Kan me niks schelen, hij kan jou dit gewoon niet aandoen,’ spatte hij uit.
‘Ik weet dat je denkt dat je alles weet nu je volwassen bent, maar zo makkelijk is het allemaal niet, lieverd. Hoe je het ook wendt of keert, Richard is jouw vader, hij houdt van je. Ik weet zeker dat hij van je houdt.’
‘Nou en? Hij doet jou veel pijn, dat is toch verkeerd? Ik wil ‘m niet zien, ik ga niet meer naar hem toe. Hij heeft mij ook voorgelogen, dat doe je toch niet als je van iemand houdt? Ik bedoel... drie maanden zwanger? Hoe lang kent hij haar dan al? Nooit heb ik iets gehoord over een vriendin. Hij kan in de stront zakken.’
‘Johan…’
Ze zwegen en aten hun bord leeg.
De volgende ochtend was Johan ruim op tijd aanwezig in de examenzaal. Hij zat op dezelfde plek als de dag ervoor. Vier andere leerkrachten zaten achter de inlevertafel. Johan miste de aanwezigheid van mevrouw Kopij. De Nederlandse tekst werd uitgedeeld en ze hadden drie uur de tijd om een samenvatting van 500 woorden te schrijven. De tekst ging over immigranten die maar moeilijk konden integreren in Nederland. Met samenvatten had Johan nooit moeite gehad, vorig jaar was het zijn hoogste cijfer geweest. Maar dit jaar was het anders, hij kon zijn aandacht niet bij de tekst houden. Vlak voor tijd liep hij de zaal uit. Hij had geen idee hoe het was gegaan. Er spookte van alles door zijn hoofd. Hij liep richting de uitgang van de school, op weg naar de fietsenstalling, toen hij zijn naam hoorde roepen. Johan draaide zich om en zag dat het Anna was.
Anna zat bij hem in de klas, maar Johan kende haar niet zo goed. Johan kende überhaupt zijn klasgenoten niet zo goed. Hij had weinig contact in de klas. Hij ging nog altijd het meeste om met zijn vrienden van vorig jaar. Daarmee had hij tenslotte vijf jaar in de klas gezeten.
‘Johan,’ zei ze toen ze naar hem toe was gehold. ‘Hoe ging het?’
‘Niet slecht,’ loog hij. Eigenlijk had hij hier dus geen zin in. Examens achteraf bespreken. ‘En bij jou?’
‘Ik weet niet, ik merk het over een paar weken wel,’ zei Anna. ‘Heb je nu iets te doen?’ vroeg ze.
‘Ik moet eigenlijk wiskunde en scheikunde voorbereiden, die heb ik donderdag,’ zei Johan.
‘Morgen vrij?’ vroeg ze.
‘Ja, ik heb geen aardrijkskunde en geen Frans.’
‘Ik ook niet. Weet je zeker dat je nu meteen moet gaan leren voor donderdag?’
Johan wist niet goed wat te zeggen. Anna overviel hem een beetje, zo kende hij haar helemaal niet. Hij had haar ingeschat als een verlegen meisje. Hij moest eerlijk bekennen dat hij toch niet van plan was om vanmiddag nog te gaan leren. Hij besloot op haar uitnodiging in te gaan.
‘Als je zin hebt, kunnen we wel naar de snackbar. Die bij het winkelcentrum, weet je wel?’ vroeg Johan.
‘Ja, tuurlijk ken ik die. Is goed, ik heb wel zin in iets. Ben je op de fiets? Ik ben vanochtend met de bus gekomen,’ zei Anna. ‘Het regende te hard.’
‘Ehm, ja ik ben wel op de fiets,’ antwoordde Johan, en plukte aan zijn nog vochtige broek. Waar bleef die zomer? ‘Je kunt wel achterop,’ voegde hij eraan toe. Samen liepen ze naar buiten. Nu was het droog.
‘Kan ik jullie helpen?’ vroeg de jongeman achter de toonbank.
‘Wat wil jij?’ vroeg Johan aan Anna.
‘Doe maar een kroket en een cola.’
‘Twee kroketten en twee cola,’ zei Johan tegen de jongen.
Anna nam plaats aan een tafeltje en Johan ging tegenover haar zitten.
‘Vorig jaar kwam ik na elk examen hier,’ vertelde hij haar.
‘Goed idee dan om deze traditie voort te zetten,’ antwoordde ze met een glimlach. Johan was eventjes alle ellende van thuis vergeten. Wat doe ik hier, zei hij tegen zichzelf. Waarom zoekt ze nu aan het eind van het schooljaar plotseling contact?
‘Ik zit liever hier dan thuis, dan zat ik nu waarschijnlijk ruzie te maken met m’n zusje,’ zei Anna ineens alsof ze Johans gedachten raadde.
‘Ik moet even naar de wc,’ zei ze en stond op. Anna, dacht Johan bij zichzelf. Uitgerekend Anna. Met haar lange volle rode haar en groene ogen had hij Anna altijd al knap gevonden maar er nooit iets aan gedaan. Toch typisch, zei hij bij zichzelf, dat zij nu contact legt. Het schooljaar is bijna voorbij, we zien elkaar misschien nog maar drie of vier keer. Maar ze had wel gelijk: dit was vele malen leuker dan nu alleen thuis zitten. Dan zou hij alleen maar gaan nadenken over zijn ouders.
‘Waarom was je gister eigenlijk zo laat?’ vroeg Anna toen ze weer tegenover Johan zat. ‘Eén minuut later en je was niet meer binnen gelaten.’
‘Ik had me verslapen, vergeten de wekker te zetten,’ vertelde Johan. Hij had eigenlijk helemaal geen zin om alle familie-ellende te gaan spuien.
Anna moest glimlachen. ‘Dat is zo’n beetje mijn ergste nachtmerrie, je verslapen voor een examen.’
Het kan nog erger, dacht Johan bij zichzelf en keek naar buiten.
‘Laten we hier weggaan,’ besloot Anna. ‘Even stukje lopen, uit deze frituurlucht weg in elk geval.’
Ze liepen nog maar net buiten of het begon lichtjes te regenen. Samen haastten ze zich een supermarkt in om te schuilen.
‘Ik moet toch nog boodschappen doen voor vanavond,’ verklaarde Anna praktisch. ‘Ik moet twee keer per week koken van m’n ouders. Om alvast te wennen voor later zeggen ze, ook al ben ik pas zestien.’
‘Wat ga je koken?’ vroeg Johan die bedacht dat als hij op kamers zou wonen hij elke avond spaghetti zou maken.
‘Ik weet nog niet, iets makkelijks. Nasi of zo. We zijn met vier thuis en gelukkig niet kieskeurig. Het liefst maak ik éénpansmaaltijden. Minste afwas.’
Johan hielp haar met ingrediënten zoeken, maar moest toegeven dat hij niet zo goed de weg wist in de supermarkt, noch wat er allemaal nodig is om nasi te maken.
Een kwartiertje later stonden ze samen bij de bushalte te wachten. Het was inmiddels weer droog. Al snel kwam de bus aanrijden en hij opende zijn deuren nog voor stilstand.
‘Ik hou er niet van om schulden te hebben,’ zei Anna met haar rug naar de open busdeur toe. ‘Dus ik trakteer jou de volgende keer.’
‘Daar hou ik je aan,’ zei Johan. ‘Ik zie je donderdag weer bij wiskunde.’ Hij wilde zich al omdraaien, maar Anna gaf hem nog snel een kus op de wang. ‘Tot donderdag,’ zei ze en stapte in de bus. Johan keek hoe deze langzaam uit het zicht verdween en draaide zich toen om. Zijn fiets stond nog bij de snackbar. Uitgerekend Anna, zei hij zacht tegen zichzelf. Het leek alsof de zon ging doorbreken door het wolkendek. Zou de zomer nu dan toch beginnen?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten